dagen geteld

weer hier, de dagen zijn geteld
het is voorbij, ik ga niet meer op reis
de kaarten zijn geschud en op tafel bloot gelegd
het spel is uitgespeeld, ik verlaat de tafel zonder prijs

was het nou maar niet voorbij
was ik nou maar jong en vrij
en ik weet het is te laat
had ik nou maar meer de tijd

het is zo voorbij

de wind zingt een lied door de bomen
ik loop door het bos en verdwijn

opgestaan is plaats vergaan

en wat dan nog

kan het jou verblijden als de wereld is volmaakt
kan het jou wat schelen nu de wereld er aan gaat
zolang we hier verblijven, ik kijk je aan, jij lacht naar mij
het is alsof we weten, wat is geweest gaat nooit voorbij

als alles is gezegd, tot in den treure wordt herhaald
als water naar de zee, het stroomt vanzelf, laat het maar gaan

kan het jou verblijden nu de wereld er aan gaat
kan het jou wat schelen als de wereld is volmaakt
zolang we hier verblijven, ik kijk je aan, jij kijkt opzij
het is alsof we weten, dat de leugen maakt ons blij

uit het niets zijn wij geworden zonder de zin van zijn
en jij komt met een plan

uit het niets zijn wij geworden tot we vergeten zijn
en jij spreekt van geluk

als morgen beter wordt zolang je maar de regen danst
als het ooit eens beter was of je als kind het anders zag

bijna helder

jij, rust en rein
zoekt niet naar een weg hieruit
alleen jij weet waarom ik het niet loslaat
of aan vasthoudt, niet uit onverschilligheid
maar iedere poging drijft me verder in het nauw

ik voel het in mijn lijf als gisteren is vergeten
ik voel het in mijn lijf als morgen niet bestaat
ik voel het in mijn lijf als gedachten zijn verdwenen
tot ik wordt gemaand en mijn blik weer is vervaagd

zij, door hoop onrein
zoeken naar een weg hieruit
met de ogen dicht op zoek in duisternis
en houden vast, niet alleen aan elkaars hand
maar iedere hand die naar me reikt maakt me benauwd

op de dag dat ik verbrandde, alle boeken die ik las
was de dag dat uit de resten weer een vonk van liefde scheen
op de dag dat ik verbrandde als een ketter op een stapel hout
was de dag dat uit het smeulend as een feniks plots verrees

het gerucht

ik weet wie het heeft gedaan
ik weet hoe het is gegaan
ik zou het je willen zeggen
maar dat brengt me in gevaar

ik schrijf het met een potlood
op een blad dat ik verberg

als ik vertel wat er is gebeurd, sta jij nog aan mijn kant
als het niet baat dan schaadt het wel dus draai ik er omheen

laat het overgaan
nu de wind van richting draait

laat het over gaan
in een gerucht waar niemand om maalt

onderweg

we weten hoe het verder loopt
het duurt niet lang, het is nu of nooit
een vrouw staat op en schreeuwt het uit
ze lift haar face voor eeuwigheid

het vuur werd eerst bedwongen
en de aarde werd bewerkt
nu verstikt de lucht de longen
spoelt het water ons weer weg

we staren naar de horizon
het verleden ligt ver achter ons
een man staat op en schreeuwt het uit
hij bouwt een muur voor zijn vrijheid

de geboorte van ideeën
wat niet is maar wel kan zijn
nu het leven nagemaakt wordt
het begin van een einde

kan het zijn, wie we zijn
kan het zijn, niets wat het lijkt
kan het zijn, het einde nabij
hoe zou het zijn

zon op mij

de tijd tikt steeds maar sneller door
het einde komt nabij en biedt geen kans op een rewind
en jij, gemaakt van vlees en bloed
twee ogen, neus en mond, zoals jij zijn er vele anderen

maar als ik bij je ben, de zon komt op en schijnt
de zon die schijnt op mij, als je bij me bent

de dag herhaalt zich keer op keer
verwondering neemt af, verveling slaat steeds vaker toe

en als ik bij je ben, een nieuwe dag verrijst
een dag die mij verblijdt, als je bij me bent

wie het zegt

van een geloof tot naar de maan
de wereld gemaakt
maar we blijven bang voor elkaar
en voor wat er ons te wachten staat

wie het zegt die is te laat
maar wie het horen wil, neem plaats
wie het zegt die maakt bezwaar
tegen hen die het anders zien

omdat ik jou beledigd heb
geeft jou nog geen gelijk
en het feit dat jij de vraag stellen kan
zegt niet dat er een antwoord wacht

wie het zegt die treft geen blaam
als je wint heb je gelijk

is het nou zo fijn om te leven zoals het hoort te zijn
zou het anders zijn als het goede niet van kwaad afhangt
is het nou zo fijn, nu de wereld weer haar wonden likt
zou het beter zijn om te leven waar je voor sterven zou

hemelsblauw

nu ik hier stil lig in het gras zo zacht
staar ik naar de lucht terwijl de wind me pakt

de gedachten gaan eraan van al dat is gezegd
weet ik heb geen spijt, weet dat ik niet benijd
het verlangen is vergaan naar meer dan wat is echt
het is mooi geweest

in het rein met mijn armen gespreid, vraag ik
neem me en houdt me in zeeën van blauw

in de wolken hoog zie ik jouw gezicht
met je mooie lach, lach ik naar je terug

zoals de wind waait, sereen, haal me hier voorgoed vandaan

© Copyright – Zwaen